vrijdag 20 augustus 2010

Onweer.

Het was in de paasvakantie van 1964. Ik was met mijn ouders en vrienden van hen in Grundhof, een klein plaatsje in Luxemburg. In een hotel aan een beekje,dat bekend stond om zijn gezellige bar en uitstekende keuken. We gingen daar wel vaker tijdens een korte schoolvakantie heen en maakten lange wandelingen met onze bergschoenen en wandelstokken vol met toeristische plaatjes. Lekker spelen en met stenen de stroom in de beek proberen te veranderen en soms zwemmen in het altijd koude water.
Op een middag zou ik met mijn broertje naar een grot gaan,die we het jaar tevoren hadden ontdekt. Na vijf minuten wandelen begon het zachtjes te regenen en mijn broer wilde weer terug naar het hotel lopen. Ik ging alleen verder en toen ik in de buurt van de grot kwam,die niet gemakkelijk te vinden was, begon het hard te regenen en barstte even later het onweer los. Luide donderslagen galmden tussen de heuvels. Ik wilde in de grot schuilen en had mijn zaklantaren meegenomen, om deze keer dieper de spelonk binnen te gaan. Toen ik de schuilplaats betrad, zocht het schijnsel van de staaflamp naar een plek waar ik kon verblijven, totdat het onweer over was. Ik richtte de lamp in de richting van het duister en schrok om wat ik in het schijnsel zag. Er zat een oude man op een rotsblok in het donker. De man was schaars gekleed met eenvoudige sandalen en had een stok in zijn hand. Hij deed me denken aan de Indiase leider ,die de actieve geweldloosheid propagandeerde en in 1948 in Delhi was vermoord. Hij zei niets en zat in trance voor zich uit te kijken,met een bakje tussen zijn handen geklemd. Ik zei ook niets en heb daar jarenlang over zitten piekeren waarom ik geen contact maakte. Misschien de onwerkelijke,ietwat devote stilte. Ik was niet bang,maar wel onthutst door het onverwachte gebeuren. Toen het lichter werd in de opening van de grot liep ik naar buiten ,maar voordat ik de ruimte verliet draaide ik me nog even om en zei zachtjes: tot ziens; waarop hij in mijn richting knikte. Ik liep snel naar het hotel terug en dacht onderweg na over deze onverwachte ontmoeting. Ik heb geen van mijn familieleden verteld over deze bijzondere ervaring,want ik besefte dat de realiteit zo vreemd, misschien wel onwaarschijnlijk was. Wel heb ik foto’s opgezocht van Gandhi en de gelijkenis met de man die ik in die grot had ontmoet, was treffend.
Na een aantal jaren was ik het voorval vrijwel vergeten totdat ik op een nacht het volgende droomde. Ik had het koud en rilde,mijn handen hielden trillend een bakje met rijst vast. Het was aarde donker en het leek wel of ik in een grot zat. Ik hoorde het druppelen van water en een luide donderslag en wilde me met mijn stok oprichten,toen een fel licht in mijn ogen scheen. Ik zag een jongen die een zaklamp vasthield,verbaasd naar me keek en als twee druppels water op mijn jeugdige zelf leek .

Dat de tijd gekromd is kan ik nu begrijpen, maar het leek er meer op dat ik vanuit een zwart gat uit de spiegel ben gestapt. Alleen van wie was nu het spiegelbeeld?

J.J.v.Verre/1985.

zondag 11 juli 2010

De Hermetica.


De Hermetica is een verzameling geschriften die wordt toegeschreven aan Thoth, een mythische figuur uit de oudheid. Hij was een Egyptische wijsgeer, wiens wijsheid hem tot een God zou hebben getransformeerd. Aan Thoth die in Egypte al 3000 v. Chr. en waarschijnlijk al veel langer werd vereerd, wordt de uitvinding van het heilige hiëroglyfenschrift toegeschreven. Hij wordt in tempels en graftombes afgebeeld als een Schriftgeleerde met als hoofd,de kop van een ibis. Hij is de boodschapper van het goddelijke woord. Toth zou de Egyptenaren de kennis van de wetenschappen hebben gegeven,zoals de sterrenkunde,de bouwkunst met de bouw van de piramiden, meetkunde, geneeskunde en de godsdienst.

Hermes was de zoon van Zeus en Maia,een van de oudste Griekse goden,die wordt gezien als iemand die bestaande grenzen kon overschrijden. Hij is de god van de reizigers en beschermer van de handelaren. In de 13e eeuw v. Chr. werd Hermes als natuurgod in Griekenland vereerd. Hij zou in een grot in Arcadië zijn geboren. Hij stond in nauwe relatie met het dagelijkse leven van de mensen en was als bode van de goden een bemiddelaar tussen de mens en de goden van de Olympus. Later werd hij ook de god van de vruchtbaarheid, van de kudden en de weiden. Hij was door zijn slimheid en behendigheid ook de god van zowel de kooplieden als de dieven, die de bescherming van de regen en duisternis wel op prijs stelden. Hij was welbespraakt en begaafd met een praktisch verstand, daardoor in staat om ad rem te reageren. De vereisten voor een goddelijke bode. Een diaktoros (Gr. rijkdom gevend), een uitvoerder van de bevelen van Zeus.

Hermes Trismegistus,driewerf grote Hermes,de bode der goden,is ook een mythische figuur. De bijnaam Trismegistor is de vertaling door de Griekse neoplatonici, van de Egyptische benaming Thot. Thot de “de zeer grote Tris” (Gr. Driewerf) werd in de loop der eeuwen gezien als degene die meester is over de minerale,plantaardige en dierlijke wereld. Door de geschriften van Herodotos (5e eeuw v. Chr.) vond een samensmelting plaats van de Egyptische god Toth en de Griekse god Hermes. De aan hem toegeschreven boeken worden gezamenlijk de hermetica genoemd.

Hoewel tegenwoordig de werken weinig bekend zijn, zijn de inzichten die invloed hebben gehad op de ontwikkeling van het westerse denken onmiskenbaar. Het heeft de Griekse filosofen sterk beïnvloed en door de herontdekking in het vijftiende-eeuwse Florence, de Renaissance voortgebracht, waaruit weer onze moderne denkbeelden zijn voortgekomen. Vele van naam bekende denkers en kunstenaars zijn door de Hermetica geïnspireerd. Zoals Leonardo da Vinci, Dürer, Botticelli, Roger Bacon, Paracelsus, Thomas More, William Blake, Kepler, Copernicus, Isaac Newton, Sir Walter Raleig, Milton, Ben Johnson, Victor Hugo, Daniel Defoe, Shelley en Carl Jung. Het beïnvloedde Shakespeare. Ook islamitische mystici en filosofen zijn sterk beïnvloed door de werken van de Driewerf Grote Hermus. In de esoterische Joodse traditie werd hij gelijkgesteld aan hun geheimzinnige profeet Henoch.

De geschiedenis van de Hermetica is in sluieren gehuld, maar onderzoek wekt de suggestie dat de geschriften rechtstreeks van de oude religie van de Egyptenaren afkomstig zijn. De enkele bewaarde werken zijn niet in het Hiërogliefen schrift, maar geschreven in het Grieks,Latijn en Koptisch. Ze werden in de 2e en 3e eeuw na Chr. in de Egyptische stad Alexandrië onderling vergeleken en bewerkt. Hier inspireerde de Hermetische filosofie tot een van de grootste intellectuele prestaties van de oudheid. Alexandrië was een uniek centrum van wetenschap, dat zelfs Athene overtrof. De stichter van de stad Alexander de Grote, had Griekenland, Perzië, Egypte en India veroverd en tot een groot rijk samengebracht. Culturen die zich deels onafhankelijk hadden ontwikkeld werden samengebracht. Een multiraciale smeltkroes van ideeën maakte de stad tot een Universele stad ,die werd verrijkt met de beroemde bibliotheek en een heus museum, alles gericht op het verzamelen van de wijsheid van de wereld. Op haar hoogtepunt bevonden zich in de bibliotheek zo’n half miljoen geschriften. Deze bevatten o.a. de werken van Euclides, Archimedes en de sterrenkundige Ptolemeus,de meest gezaghebbende op het gebied van de wiskunde,geometrie en geologie.. Alexandrië bewaarde ook een rijkdom aan esoterische kennis, zoals het Pythagorisme, de Chaldeeuwse orakels, Griekse mythen, platonische en stoïcijnse filosofie, jodendom, christendom, de Griekse mysteriescholen, Zoroastrianisme, astrologie, alchemie, boeddhisme en natuurlijk de oude Egyptische religies . De gouden tijd van Alexandrië eindigde met de komst van het onverdraagzame christelijke Heilige Romeinse Rijk. Ondanks de culturele als intellectuele prestaties van de inwoners van Alexandrië werden zij vanuit christelijke ogen gezien als heidenen, dat ”plattelandsbewoners” betekende. In 415 na Chr. werd Hypatia, een der laatste grote geleerden en Hermetische filosofen die in de bibliotheek werkte,door een groep christenen overvallen. Met schelpen werd haar lichaam ontvleesd en haar overblijfselen verbrand. Hun leider de bisschop Cyrillus, de latere Heilige Cyrillus vernietigde de bibliotheek. Tevoren was een klein gedeelte van deze litteraire schat gered en uiteindelijk via vele windstreken op geheime plaatsen terecht gekomen. De christelijke Romijnse keizer Theodosius liet heidense tempels overal in het rijk sluiten en boeken verbranden. Een voorheen onbekend verschijnsel, een boekverbranding. Voor de westerse beschaving luide de vijfde eeuw het begin in, van de duizendjarige periode ,die bekend staat als de donkere periode van de Middeleeuwen.

J.J.v.Verre.

Bovenstaande beschouwing deels overgenomen uit het boek: “The Hermetica, the lost wisdom of the Pharaohs”. De interesse in Hermes Trismegistus werd gewekt door een lezing van Jacob Slavenburg en het lezen van zijn boek “De hermetische schakel”.

Literatuur:

-The Hermetica, the lost wisdom of the Pharaohs. Timthy Freke and Peter Gandy. Penguin Putnam Inc. New York.
-Hermetica,uit: Wikipedia
-De Hermetische schakel. Jacob Slavenburg. Uitgeverij Anhk-Hermes,Deventer.

dinsdag 1 juni 2010

Schommelstoel.





Ik weet nog hoe mijn oma op haar terras op die zeegroene schommelstoel zat. Elk moment verwachtte je dat ze iets zou gaan zeggen,maar het waren de bewegingen van haar lippen,die bij het schommelen hoorde en je telkens weer in verwarring brachten. Ze dacht veel na als ze in haar stoel zat en plotseling maakte ze dan een opmerking die nimmer interfereerde met het gaande gesprek tussen de andere aanwezigen. Heb jij die leren tas van opa nog? Of, jammer dat politici zich alleen maar bekommeren omtrent zaken die zijzelf belangrijk vinden en niet om wat anderen ervan denken. Als we op een zwoele zomeravond op oma’s terras zaten en de stoel was onbezet dan deden we grootmoeder na en werden de meest lachwekkende opmerkingen vanuit het zeegroen gelanceerd. Als je op haar stoel zat kreeg je toch een verheven gevoel,net of je boven het terras zweefde en de wereld op een andere wijze aanschouwde. Het denken werd verlost van remmende factoren en inzicht werd plotseling ingefluisterd door een vleugje stromende lucht die langs je wangen blies en droge bladeren deed ritselen. Het was voor ons een soort van magische stoel. Het ijzeren frame met houten vastgeschroefde latje op het zit en rug gedeelte.

Toen mijn grootmoeder overleed heb ik die stoel gekregen,waarschijnlijk omdat ik een groot terras bij mijn huis heb en als kind graag in die stoel zat. Toen hij vijfentwintig jaar geleden werd gebracht verhuisde hij,na twee jaar buiten te hebben gestaan, naar de schuur omdat er twee latjes kapot waren en de zeegroene verf er vanaf bladderde. Ik heb al die jaren gemeend dat die reparatie door mijzelf kon worden uitgevoerd. Heel simpel, twee nieuwe latjes zagen van hard hout, vastschroeven en het geheel een nieuwe verse kleur geven. Een kleur die zou passen bij mijn andere terrasstoelen,bij de tuin en die mijn vrouw en kinderen ook mooi zouden vinden. Nu staat die stoel nog steeds in de weg in een overvolle schuur. Regelmatig vraagt mijn echtgenote of hij niet naar de stort kan worden gebracht. Waarna ik het verhaal van opknappen weer vertel. Ik denk dat ik die oude groene schommelstoel zijn magie laat behouden en hem niet zal transformeren naar een modernere 21e-eeuwse stoel. Wat er later mee gaat gebeuren blijft in het ongewisse. Misschien verdient hij een nieuwe carrière. In ieder geval treedt hij nu uit de anonimiteit.
Een plek in het verleden,een mogelijkheid in de toekomst.

J.J.v.Verre.

woensdag 19 mei 2010

Zwarte spin.

                                              -Tekening Valentine P.




Een fluweel zachte avondjurk omhulde jouw ontluikende lichaam op die bijzondere avond in mei, nu alweer zo lang geleden. Herinnering aan een vervlogen tijd, welke toch nog de levensechtheid bezit van een recente ervaring. Een studentengala waar ik aan terugdenk speelt zich af in een tijd die opgesloten ligt tussen leren en werken, tussen zoeken en weten. Ik bekijk de zwart-wit foto en concludeer dat de persoon die mijn naam draagt van toen, totaal verschilt van degene van nu. De rijkdom van de vele ervaringen transmuteerde mijn studenten zijn tot de persoon die nu terugdenkt aan toen. Een mens verandert geleidelijk in de loop van zijn leven en uiteindelijk ontstaat er een compleet nieuwe versie van jezelf. Ik tuur naar het plaatje en zie weer mijn zwarte spin, aan wie ik volledig was overgeleverd. Zij biologeerde mijn persoonlijkheid en hypnotiseerde mijn volgzame geest. Haar hele wezen bracht mij in trance met een gevoel van uitzinnige,verlammende verliefdheid. Die mijn denken en doen overheerste en mij ketende aan een monomaan lustgevoel. Zij was de prinses in mijn heerlijke dromen en de heks uit mijn afgrijselijke nachtmerries. Zij was die uitgekiende zwarte spin die mij in haar web verstrikte en mij emotioneel uitperste. Tot de laatste druppel werd mijn verliefde lichaam en geest uitgemolken en verkracht in de liefdeloze relatie met dit vermomde roofdier. Haar lichaam liet de schoonheid zien van het mooiste gedicht in de regen van de kleurenboog. Haar mond was de fontein die de dorst laafde van een woestijn aan verdroogde lippen. Haar stem deed je verlangen naar de mooiste muziek in een idyllische omgeving. Haar ogen bestonden uit gouden diamanten die je deden wegsmelten in een zee van warme lava.Haar hongerige blik deed mijn lichaam zwellen tot een uitzinnig kookpunt. Haar vingers waren lang en slank en bespeelde je lichaam als de fluit van een slangenbezweerder.

Mijn emotionele verdriet is nimmer geheel opgedroogd als ik aan haar terugdenk. Opeens ging zij weg en zei dat ze nooit was gekomen. Ze ontkende de liefde en maakte zich alleen zorgen over een grammofoonplaat die nog van haar was. De liefde voor de materie was belangrijker dan gevoelens van liefde voor ons. Het ons bestond niet meer en werd opgevuld door pijn en verdriet. De spin liet mij hangen in haar gevlochten val en was snel weer opzoek naar een nieuw mannetje,dat zij weer in liefde zou kunnen verslinden.Ze woont nu grijs en behaard op een verlaten plek,hoog boven de woeste rotsen aan de kust van Griekenland.Haar laatste man is recent overleden, waarschijnlijk opgegeten.

J.J.v.Verre.









donderdag 13 mei 2010

Onmacht.




Niets in de betekenis van de onmacht welke zich als bewolkte sluier om het denken drapeert. Een mistig landschap in het vroege ochtendlicht. Schaduwen en flarden duisternis proberen het fotonenleger te ontwijken. Een nieuwe dag dient zich aan, maar het slapende lichaam houdt de ogen nog gesloten. Het weten wordt nog gedroomd in de stilte van de half steriele ziekenhuis kamer. De lucht die men ruikt is een mengsel van verband moleculen, antiseptica en lichaamsgeuren. Een verpleegkundige trekt kordaat het gordijn open en ik weet dat de ochtend weer is begonnen. Het buitenlicht ontmoet de duisternis van de nachtrust. Mijn bezwete lichaam is weer ontsnapt uit een weide vol nachtmerries. Ik stap uit mijn gedroomde werkelijkheid, open een van mijn ogen en wordt weer bewust van mijn benarde lichamelijke toestand. Mijn ene oog is het enige zintuig dat zich nog niet heeft afgemeld. Mijn gat in de gevangenismuur die de tweedimensionale buitenwereld laat zien. Twee benen in het gips en armen in het verband,een halskraag en een tulband om mijn hoofd. Een oog afgeplakt,een slang in mijn neus en een tube in mijn mond. Ik vraag me af wat er deze dag met mijn lichaam gaat gebeuren. Nieuwe foto’s of misschien wel weer een operatie? Dit lot is het gevolg van het ontlopen noodlot. Mijn eindigheid heeft zich nog in de toekomst verstopt. Mijn denken wordt weer beneveld door de medicatie die via een infuus mijn arm instroomt. De kracht om mijn ene oog open te houden neemt af. Het gevoel voor tijd schommelt tussen flarden uit het verleden en verwijdert me weer uit het nu.

Ik zie weer die felle lichten op me afkomen,die me volledig verblinden, de klap en de lichtheid in mijn geest. De kleuren pracht van een andere wereld. De kolkende stroom van onbekende ervaringen. Het dwaalspoor van het niet meer zijn. De terugkomst van de herinnering. Het vermogen dat ik weer als eenheid kan denken. De trots van de gebroken heelheid,van het geleidelijk genezen. Het regenereren van mijn ondermijnde corpus. Ja,dat was een flink ongeluk.

J.J.v.Verre/2001.

vrijdag 7 mei 2010

De witte roos.


Gefotografeerd met dauwdruppels op je blanke kelken. Hang je daar in het rek van de overlijdenskaarten,tussen hiep, hiep, hoera en gefeliciteerd. Een roos op zijn schoonste moment getroffen door de zoeker. Jaren geleden was ik op zoek naar een afbeelding van een witte roos die ik wilde gebruiken om te visualiseren bij een poging tot meditatie. Ik vond via een website van een bloemenkweker het plaatje van een klein wit theeroosje en die afbeelding kan ik nu associëren met het grote geheim der leegte,met de gedachteloosheid van mijn geest. In die kleine roos was het oneindige verstopt en kreeg ik de mogelijkheid om al het visuele te ontsluiten. Die roos was de verbinding tussen het onpersoonlijke en de liefdeskracht van de ziel. Het was een soort van tover camera die je toegang verschafte tot in het binnenste der geheimen,tot aan de werkelijkheid van het ongekende. Je keek niet door de zoeker naar de buitenwereld, maar in de zoeker naar de binnenwereld. De meditatie was de handleiding om dit toestel te bedienen. Ik sluit mijn ogen en denk aan die ene roos die uit het niets tevoorschijn komt. Eerst als een zwakke afbeelding,daarna als stralend object. Het licht op in mijn hoofd,mijn spieren verslappen zich een beetje,mijn ademhaling wordt rustiger en mijn bloeddruk daalt.

Mijn roos als brug over een diepe vallei, die toegang verschaft tot een nieuw land,dat onbereikbaar leek. Ik pluk de kaart uit het rek en reken haar af bij de kassa.

J.J.v.Verre/1999.

maandag 3 mei 2010

Voorjaar.


Opgesloten tussen de vertrekkende koude en de verwarmende zomer wordt mijn hoofd verlicht door de zonnekracht,die de boomknoppen doet ontluiken en de pas geboren lammetjes in de wei het speelveld biedt om te eten of binnenkort zelf opgegeten te worden. De lente geeft blijdschap en verdriet. De cyclische verandering in de natuur geeft het geruststellende gevoel dat de kaalheid weer zal verdwijnen en de groene kleur zal verschijnen in de straten en parken. Mijn voorjaar is nog niet begonnen,ik zit nog vast in de wintersneeuw en het licht draalt nog mondjesmaat door het hoge venster. Verstopt in de geestelijke verwarring van de depressieve kilte. De lichamelijke pijn,het niet kunnen slapen en de vele pillen geven de indruk dat mijn lichaam is opgebouwd uit levenloos materiaal. Mijn denken kan zich niet bevrijden van de zware,zwarte sluier die mijn lichtpuntjes moeten ontsluiten. Ik voel me extreem vermoeid,vlak,lusteloos en leeg. Mijn lichaam zit opgesloten tussen twee starre muren,mijn verantwoordelijkheid is afgenomen en mijn vooruitzicht wordt bepaald door het farmacologisch slagen van de vele drugs. Wie ik was kan ik me niet meer herinneren en wie ik ben komt dicht in de buurt van het niets. Ik neem nog een slok water dat ik nauwelijks door mijn strot kan krijgen en laat de laatste pil daarin meedrijven. Een donkere stilte gevolgd door het rumoer van verbouwereerd gegil. Het liefogende lammetje in de wei dat binnenkort op de menukaart komt te staan.

J.J.v.Verre/1979.