zondag 27 oktober 2024

Een wolf in de maneschijn.

 

                               - Een wolf in het licht van de maan.

Het was een rustige avond op de Heershoeve, een prachtige verbouwde boerderij aan de Heersweg uit 1900. De maan stond bijna vol aan de hemel en wierp een zachte gloed over de tuin. Zoals elke avond liep ik naar het kippenhok om het deurtje te sluiten, zodat de kippetjes veilig waren voor de nacht. Overdag liepen ze vrij rond, scharrelend en pikkend in het gras. Als het donker begint te worden sluit ik het deurtje van de ren, zodat ze veilig zijn voor vossen en marters die ‘s avonds regelmatig door de tuin sluipen. Overdag is de buizerd de grootste vijand van mijn kippetjes, waarvan al een drietal de laatste jaren door die roofvogels zijn gedood. Terwijl ik door de tuin liep, voelde ik een lichte bries en hoorde het zachte geritsel van de dorre bladeren die op de grond lagen. De tuin was enigszins verlicht door het maanlicht, waardoor alles een magische uitstraling kreeg. Plotseling zag ik een donkere schaduw bewegen in de hoek van mijn oog. Eerst dacht ik dat het een herdershond was, maar toen ik beter keek, besefte ik dat het een wolf was. Een wolf, die nog maar enkele maanden geleden drie schapen op het weiland naast mij had dood gebeten. Een wolf in mijn tuin, wat kon ik doen? Mijn hart begon sneller te kloppen en ik voelde een lichte paniek opkomen. Het elektrische hek van de oprit was aan een kant open gebleven door een storing van de elektromotor en de reparatie was nog niet verricht. Langs deze geopende poort had de wolf had zijn weg naar binnen gevonden. Wat moest ik doen? Ik wist dat ik rustig moest blijven om de situatie onder controle te houden. Ik voelde in mijn broekzak naar mijn telefoon, haalde hem eruit en probeerde de zaklantaren functie te activeren, wat mij in het donker toch niet zo snel lukte. Ik dacht in een flits aan de woorden van Dion Graus die hij sprak tijdens de wolven discussie in de tweede kamer, namelijk dat er veel mensen zijn die lijden aan het Roodkapje syndroom. Toch voelde ik mij op dat ene korte moment best wel een beetje een bang wezentje, dat Roodkapje ook geweest moet zijn, toen zij besefte dat niet haar grootmoeder maar die wolf in bed lag. Weer dacht ik aan de bewegingen die Dion Graus demonstreerde hoe je een wolf kon verjagen. Een beweging met uitstrekkende armen in de richting van de wolf met daarbij een enigszins sissend geluid voortbrengend. Het hielp wel want de wolf draaide zich om en liep een stukje weg. Maar bleef verderop toch weer staan. Langzaam begon ik achteruit te lopen, mijn ogen geen moment van de wolf afhalend. Ik probeerde mijn ademhaling te kalmeren en bedacht me dat ik dat hek nooit open had moeten laten. Gek eigenlijk, meteen een zelfverwijt. Met nog enigszins trillende handen pakte ik mijn telefoon en belde mijn altijd klaarstaande buurman voor hulp. Tijdens het gesprek liep de wolf verder weg, mogelijk geschrokken van het geluid omdat ik de Iphone op de speaker had staan. Mijn buurman kwam eraan. Na een kwartier hoorde ik de sirene van de brandweer en een aantal auto’s die op de Heersweg reden in de richting van mijn boerderij. In totaal twaalf man liepen bij mij binnen door de deels geopende poort van mijn inrit. Brandweermannen, boerenjongens uit Kootwijkerbroek, mijn gebelde buurman, allemaal gekomen om mij tegen de wolf te beschermen. Met zoeklichten en telefoons werd mijn erf afgezocht. Geen wolf te vinden!! Ik bemerkte wel enige teleurstelling bij de toegesnelde menigte, maar dat kon ik goed maken door wat biertjes open te maken en een grote zak gezouten pinda’s in een soepbord te ledigen. Na een half uur in mijn keuken over wolven te hebben gesproken, begreep ik dat wolven hier in de buurt een steeds grotere plaag worden voor elke boer met schapen.

Recent had ik in een lokaal krantje een artikel gelezen van Ron Reitsma getiteld: Historie Herleeft, Wolven op de Veluwe. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), vluchtten veel dorpelingen naar de grote en veilige steden. Op het platteland ontstond er toen een heuse wolvenplaag. Om deze plaag in te tomen werden er regelmatig heel grote wolvenjachten georganiseerd waaraan duizenden drijvers verplicht meededen. Alle mannen van 14 tot en met 60 jaar werden opgeroepen. Drie dagen lang dreven de deelnemers de wolven op in de richting van rivieren of heel lange netten. Op 28 mei 1593 reikte Wilt van Broekhuizen, de adellijke heer van het kasteeltje Eschoten dat toen nog in Otterlo stond, 24 pond geld uit aan drie inwoners van Harskamp, die rond Harskamp vier jonge wolven gevangen hadden. Het loonde dus de moeite om op jacht te gaan, al was dat niet zonder gevaar. Een veel gebruikte methode was het graven van een wolfskuil. Door middel van een geitje of schaap werd een wolf naar een diepe kuil gelokt waar hij niet meer uit kwam. Althans, niet levend. Aan het begin van de 19e eeuw waren er op de Veluwe waarschijnlijk geen wolven meer. De jacht had resultaat gehad want in de eeuwen ervoor werden er soms zeer hoge premies uitgekeerd als er een wolf gedood werd. Dat kon oplopen tot een kwart of zelfs een half jaarsalaris van een arbeider! Per wolf!! De laatste Nederlandse wolf werd hoogstwaarschijnlijk in 1845 in Limburg gedood, maar dat zal een zwervende zijn geweest die vanuit het buitenland kwam. Van complete roedels was toen in Nederland al een poos geen sprake meer. De wolven werden doeltreffend uitgeroeid vanwege de schade aan vee en wild maar ook doordat kinderen op zijn menu stonden. In 1818 en 1811 werden in noord Limburg elf kinderen door één of meerdere wolven gedood. Van Veluwse slachtoffers is mij niets bekend, daarvoor zullen de archieven eens grondig doorgespit moeten worden.** De eerste wolf die ik zelf in de natuur zag was in 2006, toen ik met de auto van Emmen naar Meppen reed. Naast de tweebaansweg liep toen net over de grens met Duitsland een wolf.

Die nacht sliep ik onrustig, maar was dankbaar dat de kippetjes veilig waren en dat ik hulp had gekregen. De volgende dag zorgde ik ervoor dat het hek goed gesloten was, zodat zo’n angstaanjagende ontmoeting niet nog eens zou gebeuren. Ik belde de reparateur van mijn elektrische hek en vertelde hem wat er was voorgevallen. Mijn hek gaat met de afstandsbediening wel open, maar sluit zich niet. Terwijl ik bij mijn hek stond en met de afstandsbediening aan het prutsen was, kwam mijn overbuurman aanlopen en vroeg mij of ik brand had gehad. Nee gelukkig geen brand en ook geen kat in de boom, zei ik. Hij vroeg me of ik zijn herdershond Rex had gezien, want die was gisteren weggelopen. Ja, vervolgde mijn buurman, hij is wat grijs van kleur en hij lijkt wat op een wolf. En omdat al die boeren hier in de buurt nogal anti wolf zijn, ben ik bang dat misschien in het donker iemand op hem gaat schieten. In een flits zag ik het gebeuren van de vorige avond weer voor me. Ja, dat zou toch best wel kunnen, dacht ik. Nou zei ik, enigszins hakkelend, ik denk dat ik hem gisterenavond bij mij op het erf heb gezien en vertelde hem toen het hele verhaal. Mijn buurman luisterde aandachtig, maar de ongerustheid omtrent zijn Rex was er zeker niet minder op geworden. Toen ik ‘s middags mijn laptop op schoot nam om dit verhaal op te schrijven, hoorde ik buiten geblaf en mijn buurman en Rex kamen even vertellen dat alles weer oké was. Fijn dat Rex weer terug is en ik keek nog eens even goed naar die lief ogende hond. Als ie geen lieve ogen had gehad, was het sprekend een wolf.


J.J.v.Verre.


Bronvermelding:

- Historie Herleeft, Wolven op de Veluwe, Ron Reitsma, 50 Plus, september 2018.**


                                - Wolvenjagers begin 19e eeuw.






  - Wolf wandelend op de Heersweg, infrarood opname, 26 mei 2024.



zondag 13 oktober 2024

Het elfenbankje.

 

                                       - De foto van dit magische elfenbankje.


In een doorsnee bos, stil, maar verre van betoverend, kwam ik wandelend na een herfststorm met regen, een elfenbank tegen. Verscholen tussen de oude eikenbomen en varens en haast struikelend over al dat dorre hout, maakte ik een foto. Tijdens dat moment lichtte het conglomeraat van paddenstoeltjes even op en straalde een goudkleurig licht uit. Deze prachtige onverwachte kleur prikkelde mijn fantasie. Dit was geen gewoon bankje, maar een magische plek waar de elfen van het bos samenkwamen om te rusten en hun lichtzinnige verhalen te delen. Ja lichtzinnig, want Darindel, een nogal nieuwsgierig elfje, had ‘s ochtends vroeg in de zomer, toen de dauwdruppels nog glinsterden op de bladeren, tijdens haar ochtend vlucht, een bijzonder schokkende ervaring gehad. Een indirecte ontmoeting met een mannelijk mens, die poedeltje naakt door het bos banjerde. Darindel had een circulaire rondvlucht ondernomen en was even op het bankje gaan zitten om uit te rusten. Terwijl ze neerstreek op het elfenbankje en de rustgevende energie van de vroege ochtend inademde, zag ze het mensdier. Die liep diep inademend, met schouders omhoog op blote voeten aan haar voorbij. Normaal gesproken sloot Darindel altijd haar ogen als zij zich op haar bankje nestelde en luisterde dan naar de bosgeluiden. Maar vandaag hoorde ze niet het gefluister van de wind, het vrolijke gezang van de vogels of het zachte geritsel van de muisjes die tussen de takjes en dorre bladeren scharrelden. Vandaag was het niet het bos wat haar welkom heette en haar belevingswereld normaal verbond met de magie die deze plek uitstraalde. Nee, vandaag hield zij haar oogjes wijd open en staarde naar een vlezige wortel die tussen de benen van die mensman heen en weer bewoog. Langzaam verwijderde de wandelaar zich van haar bankje, jammer dat de zintuiglijke verrassing weer voorbij was, maar ook wel fijn dat hij haar niet opgemerkt had. Ze had veel vreemde verhalen over mensdieren gehoord, maar nooit zo’n kleding loze in dit bos gezien. De kracht van de zonnestralen deed haar ogen toe. Toen droomde ze weer verder, want elfjes dromen dag en nacht en hebben slechts een kortdurend waakbewustzijn. 

Toen ze weer ontwaakte zat een oudere elf Linoriël Reiger genaamd naast haar. Elfen dragen normaal twee namen. De eerste naam bepaalt plaats en opdracht van de elf in de elfenwereld en wordt aan het elfenkindje gegeven zodra de moeder zwanger is of wordt en soms bij sterk spirituele families nog voor de geslachtsdaad heeft plaatsgevonden. Een naam wordt als zeer persoonlijk beschouwd, vandaar dat binnen een familie vrijwel nooit dezelfde namen voorkomen. Linoriël was de bewaker van het elfenbankje en keek vaak wat nors, maar nu zei hij met een vriendelijke glimlach: “Welkom Darindel, dit bankje is een plek van verhalen en levende dromen. Vertel me, wat heb jij recent meegemaakt op je reis?” Darindel glimlachte en begon te vertellen over de prachtige bloemen die ze had gezien, de vriendelijke dieren die haar hadden geholpen, de stoere bomen die haar oude verhalen hadden verteld en andere geheimen van het bos die ze had ontdekt. Maar over de blote man mens geen woord. Terwijl ze sprak, leek het alsof het elfenbankje haar woorden absorbeerde en ze omzette in magische energie die door het hele bos werd verspreid. Linoriël luisterde aandachtig en knikte af en toe. “Jouw verhalen en emoties zijn een geschenk voor het bos, Darindel,”zei hij uiteindelijk. “Ze zullen hier voor altijd bewaard blijven, als een spirituele bron van inspiratie voor alle elfen die hier komen.” Soms maken we hier een ontmoeting mee met die andere dimensie waar de mensdieren wonen, daar heb je vast weleens over gehoord. De mensen die je dan ontmoet zoeken jou uit of jij de mensen. Darindel spitste haar elfen oortjes en zei wat quasi afwezig:”Ja, vaag wat over die mensdieren gehoord“. Ze had wel eens tekeningen gezien van mensdieren, maar die hadden altijd kleding aan gehad. “Soms “, sprak Linoriël verder. Soms kunnen we op deze plek een blik in de mensen dimensie werpen, maar het gevaar bestaat ook dat de mensen op hun beurt onze dimensie kunnen binnendringen. Darindel dacht na en voelde zich vereerd en dankbaar dat haar een blik in die andere wereld was gegund. Ze kon er misschien binnenkort met een vriendin elf over praten, maar nu niet met die Linoriël. Ze zou zich schamen om zo’n naakt mensdier te moeten beschrijven. Even later vloog Lino weer weg, haar in een soort van fijne verwarring achterlatend. 

Ze voelde zich opgewonden, maar ook uitverkoren dat zij dit mocht meemaken. Ze wist nu al dat ze frequent deze magische elfenbank zou bezoeken. Deze plek waar het geluid van het bos verstomd raakt door de magie van een dromende werkelijkheid. En zo bleef deze verzameling elfenbankjes in dit bos een plek van rust, magie, emoties, ervaringen en verhalen, waar elfen van heinde en verre samenkwamen om hun avonturen en verlangens te delen. En soms trad een elf door de elfenpoort naar de dimensie van de mens, maar geen elf wist precies waar je die droombrug kon vinden, het overkwam je gewoon. En heel sporadisch struikelde een mens op een plek van de betoverde overgang en ging door de tijdloze passage naar het elfenrijk. En heel soms kon dan zo'n struikelende sukkel als ik een korte blik in de wereld van elfen en kabouters werpen. In die dromende werkelijkheid zie je jezelf zitten op deze bank in het bos. Ik bekijk de foto en denk: De gouden glans ontbreekt en alweer geen elf te zien. 


J.J.v.Verre. 


donderdag 29 februari 2024

Lost in space

 

                           -De ruimte wandeling van George Driver Nelson als onderdeel van Space Transportation System-41-C missie van NASA met Space Shuttle Challener, april 1984-


Niets was nog te veel om uitdrukking te kunnen geven aan mijn gevoel van verslagenheid. Winters zonlicht verblindde mijn ruimtelijk denken. Ik was losgeraakt van mijn capsule voor een stevige ruimte wandeling. Een wandeling hadden zij bij NASA dat genoemd, een ommetje maken. Wandelen in de eindeloze ruimte, als een pop aan touwtjes, in een nauw pak, ver verwijderd van moeder aarde. In mijn opleiding tot astronaut was deze “wandeling” veelvuldig geoefend en iedere keer slaagde ik foutloos voor deze test. Maar vandaag, juist vandaag, wat mijn grote dag moest worden, faalde ik als een stuntelende clown voor het publiek in het controlecentrum. Ook bij hen op Merritt Island is nu duidelijk geworden wat er met mij gaat gebeuren. Een losgeslagen kabel, de grote angstgegner van iedere astronaut. Alles in de ruimte is nu vijandig geworden voor het hele kleine mensje dat ik ben of wat ik was. Wachten totdat mijn zuurstof op is in dit grote niets. Denkend aan mijn geliefde familie, aan de welkomst party's die mij bij mijn terugkeer te wachten stonden. Een vluchtige gedachte aan een misgelopen onderscheiding, of dat nu belangrijk was. Wat kan een verloren held zich toch belachelijk maken door dit soort van gedachten kronkels. Ik herpak mijn huidige rol als verongelukte kosmonaut en richt me op de steeds kleiner wordende ruimtecapsule. Voor nog bijna 7 uur zuurstof, in een buiten mijn pak temperatuur van -270 graden Celsius, probeer ik alles wat net was gebeurd op een rijtje te zetten. Ik ben alleen in dit kille universum, mijn contacten met de Challenger zijn verbroken, mijn absolute stoffelijke einde is nabij. Een redding is onmogelijk in rationele perspectieven. Zal ik in een baan om de aarde blijven zweven? Zou ik naar de aarde terugkeren of zou ik te zijner tijd worden opgevist door een nieuwe missie?

Ik bemerk dat mijn gedachten regelmatig wegdromen ondanks te toch hoge adrenaline spiegel. Komt dat door angst of loop ik nu vooruit op mijn naderende einde? Vragen die niet wachten op een antwoord. Er dient zich wel een antwoord aan op een universele vraag die ik mezelf nooit stelde, maar waar een ieder in dezelfde positie verkerende, mee zou worstelen. Zinvol, positief, liefdevol en verbonden is het geloof in de kracht van mens zijn in uitzichtloze omstandigheden. Dat is de zin van het leven in het cyclisch gebeuren van geboren worden en sterven. Ik neem afscheid van mijn stoffelijk lichaam en ontkoppel mijn helm. Mijn eeuwige bewustzijn mag deze reis voortzetten en landen in een nieuwe constellatie.


J.J.v.Verre.


zaterdag 10 februari 2024

Het donkere spul in het heelal.

 

  -Beeld van de ESO telescoop-

-Onzichtbare materie moet volgens de sterrenkundigen wel bestaan, omdat anders zonder die extra zwaartekracht, door de hoge draaisnelheid van sterrenstelsels, deze uit elkaar zouden vliegen-



-”The more the universe seems comprehensible, the more it also seems pointless”.

-Steven Weinberg-


Donkere materie wordt het genoemd, een hypothetisch vulsel van het heelal. Het is niet zichtbaar met onze huidige detectie mogelijkheden. Het heeft massa en bevindt zich in grote hoeveelheden in alle sterrenstelsels en is niet te detecteren en kan niet samenklonteren tot een hemellichaam. Omdat ze niet zichtbaar is via de elektromagnetische straling die onze aarde bereikt, wordt ze donkere materie genoemd, in tegenstelling tot de zichtbare materie. Hoe weten we dan dat de donkere “materie” bestaat in het heelal? Het bestaan hiervan werd afgeleid uit de waargenomen zwaartekracht werking. Men ontdekte dat clusters van sterrenstelsels zwaarder zijn dat ze eruit zien. Als de massa wordt afgeleid uit de gemeten bewegingssnelheden van de afzonderlijke sterrenstelsels, komen er veel hogere waarden uit. Deze massa was veel groter dan de massa van de zichtbare sterren en gaswolken. Met andere woorden: de buitengebieden van de spiraalstelsels draaien sneller rond dan verwacht werd op grond van de bekende massa. Dit wordt het melkwegstelsel draaiingsprobleem genoemd. Er moet dus een sterker zwaartekracht veld zijn. Gegevens van de rotatiecurves van sterrenstelsels laten zien dat ongeveer 90% van de massa van een sterrenstelsel onzichtbaar is en alleen door het effect dat het op de zwaartekracht heeft is het donkere spul van eminent belang om nader onderzocht te worden. Om een verklaring te zijn voor de snelheid van sommige sterrenstelsels, moet de donkere materie voldoen aan de volgende eigenschappen:

-zij heeft massa

-zij bevindt zich in grote hoeveelheden in alle sterrenstelsels in het heelal.

-zij is niet zichtbaar of anderszins te detecteren via de elektromagnetische straling die ons op aarde bereikt.

-zij is diffuus en gaat niet op de schaal van planetenstelsels klonteren. Er zijn geen hemellichamen die bestaan uit donkere materie, omdat die lokale zwaartekrachteffecten zouden hebben.

-elementaire deeltjes die bestaan uit donkere materie, reageren niet met elkaar.

Er zijn meerdere hypotheses bedacht omtrent de donkere materie. Een daarvan gaat uit van de veronderstelling dat donkere materie zou bestaan uit relatief zware deeltjes, die “zwak interacterende massieve deeltjes”worden genoemd, of WIMP’s. Een andere hypothese spreekt juist van extreem lichte deeltjes, die axionen worden genoemd. In deze theoretische voorstelling zouden de WIMP’s zich gedragen als discrete deeltjes, terwijl de axionen zich gedragen als golven. Dan zou de donkere materie wellicht helemaal geen materie zijn. Ook de Amsterdamse natuurkundige Erik Verlinde publiceerde een geheel nieuwe theorie(zonder donkere materie), waarin zwaartekracht geen echte kracht is maar het gevolg van de rangschikking van informatie in een uitdijend heelal. Met andere woorden: zwaartekracht zou dan een verschijnsel zijn dat ontstaat uit de eigenschappen van de bouwstenen van het heelal. Dit zijn dan niet de atomen en moleculen, maar is abstracte informatie. Dan zou de ruimte niets anders zijn dan een opslagplaats van informatie.

Donkere energie is een vorm van hypothetische energie in het heelal die er voor zou zorgen dat er een versnelling optreedt in het uitdijen van het heelal. Volgens sommige onderzoekers zou de donkere energie zijn opgeslagen in zwarte gaten. En wel de superzware zwarte gaten die zich bevinden in het hart van sterrenstelsels. Er zou dan sprake zijn van een koppeling tussen de groei van zwarte gaten en de mate van uitdijing van het heelal. De kosmische koppeling genoemd. Deze uitdijing wordt weer afgeremd door de onderlinge zwaartekrachtwerking van alle materie in die ruimte. Die afremmende werking was kort na de oerknal, toen de gemiddelde materiedichtheid in het heelal veel groter was dan nu, het sterkst. In de loop van de tijd moet die afremmende werking in kracht zijn afgenomen. Uit studies heeft men kunnen afleiden dat er nu geen sprake meer is van afremming, maar van een versnelling. Het heelal dijt nu sneller uit dan een paar miljard jaar geleden. De verklaring voor dit fenomeen wordt gezocht in de werking van een mysterieuze vacuümenergie, die als een soort antizwaartekracht werkt en waardoor de lege ruimte steeds sterker opzwelt. Metingen van de Europese ruimtetelescoop wijzen uit dat circa 68 procent van de totale materie/energie inhoud van het heelal voor rekening komt van deze “donkere energie”. Ongeveer 27 procent van het heelal zou bestaan uit donkere materie. En maar 5 procent bestaat maar uit gewone materie, uit atomen en moleculen en daarvan is zelfs het grootste deel nog eens te koud en donker om waargenomen te worden. Wat moet er eigenlijk nog veel ontdekt worden en wat weten we eigenlijk nog weinig over ons universum. Zijn er meerdere universums? Is de snelheid van het het licht in het heelal wel constant? Het heelal is extreem uitgestrekt, zowel in ruimte als in tijd. De meeste sterren worden door planeten omgeven en er zullen zeker van al die verschillende planeten een aantal zijn waar net zoals hier op aarde, aan de voorwaarden voor het ontstaan van leven kan worden voldaan. Het wetenschappelijk ontsluiten van het mysterieuze zwarte spul in ons heelal is een van de grootste uitdagingen die fysici en astronomen de komende jaren als fikse kluif kunnen bestuderen. Misschien dat ook hier nullen en enen, verpakt in een stukje wiskunde, de bouwstenen zijn van onze gehele werkelijkheid. En is ons  universum zeker "Not Pointless".


J.J.van Verre.


Literatuur:


-Het heelal. Eindelijk duidelijk wat donkere materie is. Scientias.nl. 24 april 2023.

- Wat is donkere materie en wat is donkere energie? Wetenschapsagenda.nl

-Donkere materie en donkere energie.www.astronomie.nl

-Donkere energie. Wikipedia.

-Theorie over donkere materie opnieuw in twijfelachtig daglicht oor nieuwe metingen, Govert Schilling, DeMorgen, 20 dec.2016.


donderdag 18 januari 2024

Kernfusie

                            

                                                    -Schema kernfusie.


Kernfusie is in de natuurkunde het samensmelten van twee lichte atoomkernen, waarbij uit die twee atoomkernen een zwaardere atoomkern wordt gevormd. Die nieuw ontstane, zwaardere atoomkern heeft een hoger atoomnummer. Hierbij komt energie vrij. Dit gebeurt via de bekende theorie van Einstein: E=m x c2. Waarbij E= energie, m=massa en c=snelheid van het licht. Deze kernfusie processen vinden op onze zon plaats. De energie die vrijkomt als warmte, verwarmt onze aarde en kan via onze zonnepanelen worden omgezet in elektriciteit. Kernfusie is een “schoon”proces, omdat er geen radioactief afval bij ontstaat. Als we nu over kernfusie spreken dan bedoelen we het proces van samensmelten van een deuteriumkern en een tritium kern. Een licht atoom zoals deuterium, een isotoop van waterstof, dat is een waterstofatoom met 1 neutron. Een tritium kern is een waterstofatoom met 2 neutronen. Deuterium wordt verkregen uit water en tritium wordt verkregen uit een reactie met lithium, een element dat op aarde wordt gevonden. Lithium wordt veel gebruikt in de productie van accu's in mobiele telefoons. Als deuterium en tritium samensmelten onder invloed van een grote hoeveelheid kinetische energie en zeer hoge temperatuur, wordt er een heliumkern, een neutron en een grote hoeveelheid energie gevormd. De energie die hierbij vrijkomt wordt uitgedrukt in Mega elektronvolt (MeV). Een MeV is een miljoen elektronvolt. Een elektrovolt is de energie die een elektron wint als het een potentiaalverschil van 1 volt doorloopt. Ofwel de energieverandering die een vrij deeltje met een lading 1e ondervindt wanneer het in een elektrisch veld een weg aflegt tussen 2 punten die een onderling potentiaalverschil van 1 volt hebben. Een elektrovolt (eV) = 1,6.10 ˉ¹⁹ joule (= elementaire lading maal 1 V). In de deeltjesfysica wordt de energie van systemen en deeltjes meestal uitgedrukt elektronvolt, omdat de joule voor microscopische hoeveelheden een onhandelbare grootheid is.

De kinetische energie van een bewegend deeltje wordt ook in elektronvolt uitgedrukt. Voor een betreffend deeltje geeft dit indirect ook aan wat zijn snelheid is. Een neutron van 1 eV heeft een snelheid van 14 km/sec. Een neutron van 1 MeV heeft een snelheid van 14.000 km/sec. Een elektron van 1 eV heeft een snelheid van 600 km/sec. De kinetische energie van deeltjes is ook wel een maat voor de kracht van een deeltjesversneller. Energie uit kernfusie is lange tijd de wens geweest van veel mensen die af wilden van de fossiele brandstoffen en tegen de kernsplitsing waren, omdat hierbij veel radioactief afval als bijproduct vrijkomt. In december 2022 werd vanuit het Lawrence Livermore National Laboratory in Californië gemeld dat het voor het eerst was gelukt om fusie van atoomkernen te bewerkstelligen waarbij de energie die nodig was om het proces te initiëren, minder was dan de energie die bij de fusie vrijkwam. De test werd op 30 juli 2023 met succes herhaald.

Het belangrijkste probleem bij de fusie van een deuterium en tritiumkern is de hoge temperatuur die nodig is voor dit versmeltingsproces en de hoge druk. Deze extreem hoge temperatuur kan worden bereikt door middel van een extreem heet gas (plasma) die door een sterk magnetisch veld op z’n plaats wordt gehouden. Het is de kunst om plasma te produceren dat meer energie oplevert dan de productie kost. De economische winst kan pas evident zijn als het een concurrerende prijs kan bieden tegenover andere energiebronnen. Wel kan men afspreken dat voor het totale energie verbruik, de kernfusie energie een vast percentage moet bedragen, dat door regeringen gesubsidieerd mag worden. Zo kan het aantrekkelijk blijven om ook in kernfusie te blijven investeren.

Kernfusie is een relatief schone vorm van kernenergie, hoewel de wand van een kernfusie reactor door de vrijgekomen neutronen wel geleidelijk aan radioactief wordt. Na een levensduur van de reactor van enkele tientallen jaren, zal deze veilig moeten ontmanteld en zo’n 100 jaren moeten afkoelen”.

De tijd die nodig is om het proces van kernfusie efficiënt en redelijk betaalbaar te maken wordt geschat op 10 tot 15 jaar en dan is nog zo’n zelfde tijd nodig om die centrales te bouwen en op te starten. Als het technisch lukt om dit voor elkaar te krijgen, dan hebben we een onuitputtelijke, redelijk schone energie bron. Het zal het evenwicht in de wereld doen kantelen, want landen rijk aan fossiele brandstoffen, zoals olie en gas, zullen hun inkomsten zien dalen en daarmee zal ook de machtsverdeling in de wereld veranderen.


J.J. van Verre.


Literatuur:


-Vattenfall. Overtollige energie uit kernfusie: Dit is de grote doorbraak. group.vattenfall.com

30 aug. 2023.

-Kernfusie. Wikipeia.














donderdag 7 december 2023

De Unificatietheorie

 

 -New Atlas, A long way from everything; The search for a Grand Unified Theory, by Colin Jeffrey,june 20, 2016.

                                    

De theorie van alles of unificatietheorie is een nog niet bestaande theorie die de verschillende fundamentele theorieën in de natuurkunde met elkaar moet verbinden. Het is voor veel beroemde fysici een levensdoel geweest om alle tot nog toe bestaande natuurkundige theorieën met elkaar te verenigen in een enkele fundamentele unificatie theorie. De heilige graal vinden in het landschap van het fysisch denken. Wat zijn nu die bestaande theorieën?

Je hebt de vier fundamentele natuurkrachten:

- De sterke kernkracht, de kracht die de quarks in protonen en neutronen bij elkaar houdt en ze beide samenhouden in de atoomkern. De uitwisseldeeltjes voor deze kracht zijn de verschillende gluonen.

- De zwakke kernkracht, die zorgt voor radioactiviteit, een afstotende interactie op korte afstand tussen elektronen, neutrino’s en quarks. Wordt geregeld door de W-bosonen en het Z-boson.

- De elektromagnetische kracht, die op elektrisch geladen deeltjes inwerkt. Het foton is het uitwisseldeeltje voor deze kracht. Het zorgt voor magnetisme, elektriciteit en licht verschijnselen.

- De zwaartekracht, een aantrekkingskracht op zowel korte als lange afstand, die op alle deeltjes werkt, maar tevens op het niveau van de microwereld, vele malen zwakker dan de eerder genoemde krachten. Doordat deze kracht evenredig toeneemt met de massa, wordt hij toch belangrijk op het niveau van wat voor ons gewone, alledaagse objecten zijn. Het is ook de kracht die er voor zorgt dat er niets zomaar van de aarde afvliegt en dat manen, planeten en sterren in hun baan in de ruimte blijven. De oude gravitatie wet van Newton maakt deel uit van de klassieke mechanica. Het gaat uit van een lichaam en is evenredig met de massa van dat lichaam en beïnvloedt van daaruit onmiddellijk de overige lichamen in het heelal. De opvolger van de wet van Newton, is de algemene relativiteitstheorie van Einstein. Deze theorie leidt bij lage snelheden tot dezelfde uitkomst als de wet van Newton, maar geeft in bepaalde extreme gevallen een precieuzer antwoord dan de Newtoniaanse zwaartekracht. Einstein ziet de zwaartekracht als een vervorming van het ruimte-tijdcontinuüm, het weefsel van de lege ruimte, veroorzaakt door de aanwezigheid van een lichaam. Een satelliet om de aarde volgt de vervorming die de massa van de aarde in het omringende ruimte-tijdweefsel maakt en zweeft langs het pad dat in de ruimte-tijd het kortst is. Het pad wordt waargenomen als de baan van de satelliet. De zwaartekracht houdt de materie op grote schaal bij elkaar, mogelijk gemaakt door hypothetische deeltjes. Het vooralsnog hypothetische uitwisseldeeltje wordt het graviton genoemd. Als die gravitonen bestaan, zijn ze net als andere elementaire deeltjes niet in staat om sneller te reizen dan met de lichtsnelheid. Dat betekent dan ook dat de werking van de zwaartekracht tijd nodig heeft om zijn kracht over de afstand te verplaatsen. Er zijn verschillende pogingen gedaan om de snelheid van de zwaartekracht te meten, maar vooralsnog zijn de resultaten van die metingen moeilijk te interpreteren.

De eerste drie kunnen kwantummechanisch in het standaardmodel worden behandeld en de laatste vooral merkbaar op grote afstanden, te beschrijven en te verklaren, stelde Einstein zijn bekende relativiteitstheorie op, die een verrassende beschrijving van de werkelijkheid geeft. De relativiteitstheorie bestaat uit twee delen: de speciale relativiteitstheorie uit 1905 en de algemene relativiteitstheorie uit 1915. Alles en iedereen moet onderworpen zijn aan de relativiteit van beweging. Daarom vond Einstein dat de zwaartekracht wetten moesten worden aangepast aan het relativiteitsbeginsel. De zwaartekracht blijft van de vier natuurkrachten de meest mysterieuze, het zal in de toekomst moeten blijken of de huidige opvattingen wat betreft snelheid en boodschapper deeltjes stand kunnen houden. Als er ooit een theorie van alles wordt bedacht zal blijken dat ruimte en tijd een systeem vormen dat uitermate gecompliceerd in elkaar steekt. De combinatie van de zwaartekracht en de andere fundamentele krachten blijft problematisch, omdat de zwaartekracht door de algemene relativiteitstheorie wordt beschreven en de andere krachten door de kwantumtheorie en die zijn moeilijk te verenigen. Misschien dat de snaartheorie en de loopkwantumzwaartekracht een deeloplossing kunnen bieden.

Sommige theoretisch natuurkundigen menen dat de zwaartekracht überhaupt niet bestaat als fundamentele natuurkracht, maar een afgeleide kracht is die samenhangt met verandering van deeltjes in de ruimte. De opvatting van de natuurkundige en snaartheoreticus Erik Verlinde gaat ervan uit dat de zwaartekracht een verschijnsel is dat ontstaat uit de eigenschappen van de bouwstenen van het heelal. Dit zijn niet de atomen of moleculen, maar is abstracte informatie. Hij denkt dat de ruimte niets anders is dan een opslagplaats van informatie. Als deeltjes onderling van afstand veranderen, verandert ook de verdeling van informatie in de ruimte. Die verandering leidt dan tot de zwaartekracht, dus een emergente kracht geboren uit de fenomenologie van verandering van de onderlinge afstand van deeltjes en geen fundamentele kracht. Voortbordurend op deze hypothese kun je je ook afvragen: Als dit geen fundamentele kracht is maar een afgeleide kracht, is deze misschien wel manipuleerbaar. Is de zwaartekracht een illusie?

Alles in het oneindige universum draait om verschijnen en verdwijnen, dubbele bindingen die macht, invloed, aantrekking en afstoting en verstrengeling bepalen. Het zijn de vormgevers van het mogelijke, van verstrengelde informatie, die door vacuüm verbindingen sneller dan de lichtsnelheid worden doorgegeven. Dubbele bindingen vormen verstrengelde web systemen in ruimte-tijd, waarbij continu informatie wordt uitgewisseld.*

Nullen en enen, verpakt in een stukje wiskunde zijn uiteindelijk de bouwstenen van onze gehele werkelijkheid. Misschien dat die unificatietheorie moet wachten op de juiste formule die ook het leven en het bewustzijn determineren.


J.J. van Verre.



Literatuur: * cursief uit:Natural Double Binds, Theoretische Fysica. Unificatietheorie.yolasite.com


donderdag 23 november 2023

Wie was Werner Heisenberg?

 

                                      -Werner Heisenberg(1901-1974)-

Werner Karl Heisenberg was een belangrijke Duitse fysicus en ook filosoof die werd geboren op 5 december 1901 te Würzburg in Duitsland en op 1 februari 1974 in München is overleden. Zijn vader August Heisenbeg was hoogleraar Byzantijnse geschiedenis en middeleeuws en modern Grieks in München. Zijn moeder Annia Wecklein was de dochter van de rector van het Maximilian Gymnasium in München. Op die elite school, die werd bestuurd door zijn grootvader Wecklein, liet Werner zien een begaafd leerling te zijn en ook een goed schaker. Hij had ook een broer die 1 ½ jaar ouder was en ook zeer begaafd was. Er bestond een duidelijke rivaliteit tussen de twee broers. Na z’n gymnasium opleiding studeerde hij natuurkunde aan de universiteit van München. En promoveerde in 1923 op het proefschrift over turbulentie in vloeistofstromen. Werner volgde zijn goede vriend en studiegenoot Wolfgang Pauli naar Göttingen. Daar werkte hij onder Max Born aan zijn wetenschappelijke promotie(habilitatie), bedoeld om later college te kunnen geven. Na afronding van zijn habilitatie ging hij in 1924 werken aan het instituut voor theoretische natuurkunde in Kopenhagen. Niels Bohr was daar zijn supervisor, die hij al eerder als student had ontmoet. Dit was het begin van een zeer vruchtbare samenwerking, wat leidde tot de Kopenhaagse interpretatie van de kwantummechanica. En later tot de Nobelprijs voor Natuurkunde in 1932 voor zijn werk omtrent de kwantummechanica. In 1929 ontving hij de Italiaanse Matteucci-medaille een beloning voor natuurkundigen die een fundamentele bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van hun vakgebied. Voor hem hadden in ‘21 Albert Einstein en in ‘23 Niels Bohr die prijs ontvangen. Zijn vriend Wolgang Pauli ontving de prijs in 1956.

De Kopenhaagse interpretatie(CHI) is een nieuwe filosofische en wiskundige benadering en beschrijving van de structuur van het atoom en de atoomkernen andere aan de kwantummechanica gerelateerde gebieden. In het kort samengevat: De waarnemer van een experiment vormt samen met dit experiment een enkel systeem. De waarnemer oefent een non-lokale invloed uit op de kwantumwereld, die volgens de tot dan toe gangbare opvattingen volstrekt onlogisch waren. Elementaire deeltjes kunnen spontaan verschijnen en verdwijnen, sneller dan de lichtsnelheid informatie uitwisselen en nog meer vreemd gedrag vertonen. Voortkomend uit de CHI introduceerde Bohr en Heisenberg in 1927 zijn complementariteitsprincipe, een belangrijke conceptuele bijdrage aan de kwantummechanica. Dit principe houdt in dat kwantummechanische verschijnselen zowel een deeltje- als golfkarakter kunnen vertonen, maar nooit beide tegelijkertijd. Einstein heeft altijd bezwaren geuit ten aanzien van deze in zijn ogen “zweverige” theorie. In 1927 werd Heisenberg, 26 jaar oud, hoogleraar theoretische natuurkunde in Leipzig en in 1941 aan de universiteit van Berlijn. Heisenberg trouwde in 1937 met Elisabeth Schumacher en kreeg van haar zeven kinderen. Een van zijn zoons werd later hoogleraar genetica.

In 1933 kwam Hitler aan de macht in Duitsland onder het regime van zijn Nazipartij. Aanvankelijk verzette Heisenberg zich tegen de bemoeienis van de nazi’s met de wetenschap en speciaal tegen de uitsluiting van joodse wetenschappers, maar tenslotte ging hij overstag en accepteerde hij hun verordeningen. Het principe van kernsplitsing werd in 1938 in Duitsland ontdekt. Als bekend natuurkundige en adviseur was hij betrokken bij dit Duitse kernonderzoek en bij de niet geslaagde pogingen van de Nazi’s om een atoombom te ontwikkelen. Door zijn collaboratie met het naziregime werd Heisenberg in de wetenschappelijke kringen van de kwantummechanica, een omstreden figuur. De vriendschap met Niels Bohr, van Joodse afkomst, eindigde abrupt toen duidelijk werd dat Heisenberg meewerkte aan een Duitse atoombom.

Heisenberg zelf verklaarde enkele jaren na de tweede wereldoorlog dat hij met opzet het Duitse atoombom project had vertraagd. Direct na de val van Berlijn werden belangrijke Duitse kerngeleerden door de Engelse geheime dienst ontvoerd en overgebracht naar een landhuis Farm Hall genaamd bij Cambridge in Engeland. Het hoofd van de dienst die de ontvoering plande was Ian Fleming( de schrijver van James Bond boeken). Bij afgeluisterde gesprekken tussen de gevangenen, operatie Epsilon genaamd, bleek dat de Duitse geleerden nog niet ver genoeg waren om een werkzame bom te maken. Heisenberg had verkeerde berekeningen gemaakt en schatte de hoeveelheid kritische massa te hoog in. De tien geleerden werden in januari 1946 weer vrijgelaten. Na zijn vrijlating speelde Heisenberg een belangrijke rol in het herstel van het wetenschappelijk onderwijs in Duitsland. Hij was medeoprichter van het Max-Planck instituut. Was van 1946-1948 hoogleraar aan de universiteit van Göttingen, daarna nog een jaar in München. Later in zijn leven probeerde hij net zoals andere vooraanstaande natuurkundigen een theorie van alles te ontwikkelen. Deze unificatietheorie probeert om de verschillende fundamentele theorieën in de natuurkunde met elkaar te verenigen. De vier fundamentele krachten: sterke kernkracht, elektromagnetische kracht, zwakke kernkracht en de zwaartekracht moeten dan in een model worden verenigd.

Na zijn professoraat schreef Heisenberg veel wetenschappelijke artikelen en ook populairwetenschappelijke boeken. Door een evaluatie van al het werk dat Heisenberg schreef is op te maken dat hij eigenlijk de natuurkunde in engere zin oversteeg. De verhouding tussen statistiek en natuurkunde en de filosofische beschouwingen in voordrachten, essays en transcripties van gesprekken die Heisenberg voerde met bekende tijdgenoten. Discussies over politiek, religie, geschiedenis, filosofie en muziek. De relatie tussen wetenschap en godsdienst. Zijn filosofische denkbeelden zijn tot op heden nog steeds relevant. Het boek “Der Teil und das Ganze” gepubliceerd in 1969 en in 2019 in het Nederlands vertaald als “ Het deel en het geheel”, laat zien hoe veelzijdig Heisenberg was.

     J.J.van Verre.   


Literatuur:

-Werner Heisenberg, Wikipedia

-Het deel en het geheel, de wereld van de atoomfysica, vertaald en ingeleid door Maarten van Buuren. Lemniscaat, isbn: 9789047711636.

-Heisenberg over statistiek, onzekerheid en filosofie, R.Starmans, www.vvsor.nl. 

-Het onzekerheidsprincipe, Spirituele Filosofie Blogspot,25 april 2012.