zaterdag 14 februari 2026

Waar de tijd zijn adem inhoudt.

 

In de schaduw van twee onvervulde momenten, waar de tijd zijn adem inhoudt, klinkt een melodie van wat had kunnen zijn. De stille symfonie tussen twee schoten, als snaren van een ongeboren toekomst.

Als er een tijdmachine zou bestaan waarmee je de geschiedenis zou kunnen veranderen. Wat zou dan de impact kunnen zijn op onze huidige situatie? Stel dat we Hitler konden vermoorden in 1942 en de moord op Kennedy in 1963 hadden kunnen voorkomen. Wat zou dat kunnen betekenen?


Er zijn momenten in de tijd die trillen als snaren, momenten waarop de wereld even lijkt te aarzelen, alsof de geschiedenis zelf zijn adem inhoudt. Stel je voor dat we langs die snaren konden glijden, dat we met een zachte aanraking de trilling van de tijd zelf konden voelen, alsof elke beweging een vergeten mogelijkheid wakker kust en elke glimp van licht ons herinnert aan de paden die nooit zijn gekozen. Dat we door een fragiele aanraking van die snaar één toon konden dempen of juist laten klinken. Twee van die snaren liggen ver uit elkaar, en toch raken zij dezelfde melodie: de draad van macht, van hoop, van angst, van wat had kunnen zijn.

In het jaar 1942 staat Europa in brand. De lucht ruikt naar rook en ijzer, en de aarde draagt de voetstappen van miljoenen die niet weten wat er nog gaat komen. In een verborgen kamer, achter muren met oren, wordt gefluisterd over een daad van verraad en wanhoop en wordt een plan gesmeed. Eén enkele daad, één enkele kogel, en een man die zijn schaduw over een continent werpt, zou verdwijnen. Stel je voor dat het was gelukt. Dat de stilte die volgde niet de stilte van angst was, maar een pauze waarin de wereld even niet wist welke richting ze moest kiezen. Machtige mannen zouden elkaar hebben aangekeken, zoekend naar een nieuwe sterke leider, een nieuwe koers, doch misschien wel een nieuwe waanzin. Misschien was het Derde Rijk als een kaartenhuis ingestort, misschien had snel een ander de troon beklommen met dezelfde honger naar vernietiging. Maar misschien, heel misschien, had de oorlog zijn tanden verloren, had de wereld minder littekens gedragen, had Europa een andere huid gekregen, minder ruw, minder verscheurd. En in die zachtere huid had de tijd zelf misschien een andere richting gekozen, alsof de geschiedenis even stotterde en ons een milder vooruitzicht had gegund.

En dan, ruim twintig jaar later, op een zonnige herfstdag van 1963 in Dallas. Een open auto, een glimlach die door de menigte glijdt als een belofte. De wereld kijkt, niet wetend dat ze op het punt staat een schok te voelen die door decennia zal echoën. Maar stel je voor dat de kogels nooit waren afgevuurd, dat de wind niets anders droeg dan gejuich. Een jonge president die zijn plannen had kunnen afmaken, die mogelijk een oorlog had kunnen temperen voordat die uitgroeide tot een wond in de Amerikaanse ziel. Een man die de sterren in de nacht had aangewezen en gezegd: daar gaan we heen, samen, naar de horizon die alleen wachtte tot wij haar durfden te benaderen. Misschien was de verdeeldheid dan minder diep geworden, misschien had de natie een andere toon gevonden, zachter en minder scherp. Maar de wereldorde, die grote kolkende rivier die al sinds 1945 zijn bedding had gevonden, zou niet plotseling van richting zijn veranderd. Die stroom zou blijven gaan, mogelijk iets rustiger, maar niet anders van aard.

Twee momenten, twee mogelijke verschuivingen in de tijd. De ene een aardbeving die de fundamenten van de wereld had kunnen breken, de andere een golf die vooral de kusten van één land had beroerd. En toch dragen beide een melancholie in zich, een zweem van wat nooit is gebeurd, maar wat zich toch aan de rand van de werkelijkheid ophield. Want geschiedenis is geen rechte lijn; het is het tapijt van keuzes, toevalligheden en stiltes. En soms, als we ernaar kijken, zien we de draden die hadden kunnen glanzen, maar die dof zijn gebleven.

Misschien is dat wel de ware magie van deze gedachte: niet dat we de tijd zouden kunnen veranderen, maar begrijpen hoe kwetsbaar ze is. Hoe één ademteug, één beslissing, één moment van toeval de wereld kan herscheppen. En hoe wij, in onze eigen kleine tijd, nog steeds over die snaren lopen, luisterend naar de melodie die we samen maken.

Tussen de duisternis van macht en het licht van belofte zweeft de ziel van de mensheid, en in Hitler en Kennedy weerspiegelt zich de eeuwige strijd tussen vernietiging en hoop. De één belichaamde het diepste dal van menselijke waanzin, waar ideologie de adem van miljoenen verstikte. De ander stond als een jonge fakkel aan het begin van een pad dat nooit volledig werd gelopen, een belofte die op die zonnige dag verdampte. En toch zijn ze verbonden, niet door hun daden, maar door hun invloed op het kompas van de tijd. Want waar de een de wereld in stukken sneed, probeerde de ander haar opnieuw te hechten. Hun namen zijn geen tegenpolen, maar weerklanken in dezelfde grot van schaduwen die de geschiedenis bevolken, en waarin wij nog steeds luisteren naar wat had kunnen zijn. En in die fluisterende woorden herkennen we niet alleen hun sporen, maar ook onze eigen neiging om telkens opnieuw te kiezen tussen breken en helen, tussen duisternis en het kwetsbare licht dat ons vooruit blijft roepen. En zo blijft hun schaduw een stille herinnering dat elke keuze de wereld opnieuw kan vormen. De ware les van elke verhandeling omtrent een imaginaire tijdmachine is: dat niet het tijdreizen zelf ons verandert, maar het besef dat elke seconde een kruispunt is waarop de wereld opnieuw kan beginnen.


J.J.v.Verre.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten