Het schilderij "Homerus " in 1663 geschilderd door Rembrandt van Rijn, hangt in het Mauritshuis in Den Haag. Met brede verfstreken schilderde Rembrandt het hoofd van de Griekse dichter. De goudgele mantel van Homerus vangt het licht en glanst zacht; op dat deel bracht Rembrandt de verf opvallend trefzeker aan met zijn paletmes. Het schilderij maakte hij in opdracht van de Siciliaanse edelman Antonio Ruffo. Oorspronkelijk stond ook de schrijver op het doek aan wie de blinde Homerus zijn verzen dicteerde. Dat gedeelte ging echter bij een brand verloren. Rechtsonder zijn nog twee vingers te zien die een pen vasthouden en een vel papier. Homerus (ca 800 v. Chr.-750 v. Chr.).
Homerus verschijnt in onze verbeelding als een figuur die tegelijk dichtbij en ongrijpbaar is. Zijn naam klinkt als een fundament onder de Europese cultuur, maar achter die naam schuilt een menselijke entiteit die we nooit werkelijk hebben gekend. Juist dat maakt hem zo intrigerend: hij is aanwezig in elke regel die aan hem wordt toegeschreven, maar afwezig als persoon. Een stem zonder lichaam, een bewustzijn dat zich alleen via verhalen laat kennen. In die verhalen ontvouwt zich een wereld die tegelijk archaïsch en herkenbaar is, een wereld waarin mensen strijden om roem, om liefde, om erkenning, en waarin de goden slechts de grillige achtergrond vormen van menselijke verlangens en tekortkomingen.
In de figuur van Homerus komt een paradox samen. Hij is de schepper van helden die groter dan het leven lijken, maar zelf blijft hij klein, bijna onzichtbaar. Zijn personages treden naar voren met een kracht die de dichter overstijgt, alsof hij slechts het kanaal was waardoor een oudere, collectieve stem sprak. Toch is er in zijn verzen een opmerkelijke gevoeligheid te vinden, een aandacht voor de kwetsbaarheid van mensen die niet past bij het beeld van een enkel anonieme lyrische dichter. Hij beschrijft de woede van Achilles, maar ook de wanhoop van Priamus; hij toont de slachting op het slagveld, maar laat evenveel ruimte voor de stilte waarin een moeder haar zoon verliest. In die balans tussen grootsheid en menselijkheid schuilt misschien het geheim van zijn blijvende invloed.
Homerus is niet alleen een verteller van verhalen, maar ook een dichter van herinnering. Zijn werk is een poging om het vergankelijke vast te houden, om de daden van stervelingen te bewaren in een capsule die de tijd trotseert. De helden die hij bezingt, weten dat hun leven kort is, maar hopen dat hun naam blijft klinken zolang mensen luisteren. In die zin is Homerus zelf een van zijn eigen personages: iemand die de sterfelijkheid probeert te overstijgen door woorden te geven aan wat anders zou verdwijnen. Dat hij blind zou zijn geweest, zoals de overlevering vertelt, maakt dit beeld alleen maar sterker. Het suggereert dat zijn blik niet gericht was op de zichtbare wereld, maar op een innerlijk landschap waarin herinnering, mythe en ervaring samenvloeien.
Het heldendom dat Homerus beschrijft, is geen eendimensionale glans van onverschrokken moed. Het is een complex weefsel van eerzucht, angst, trots en kwetsbaarheid. Achilles, de grootste van de Griekse helden, is niet alleen een krijger die zijn vijanden overweldigt; hij is ook een man die zich terugtrekt in zijn tent omdat zijn eer is gekrenkt, iemand die zijn eigen sterfelijkheid onder ogen moet zien en daar wanhopig tegen vecht. Hector, zijn Trojaanse tegenhanger, is evenzeer een held, maar zijn heldendom is doordrenkt van plichtsbesef en de angst om zijn familie in de steek te laten. In deze figuren toont Homerus dat heldendom niet bestaat uit onkwetsbaarheid, maar juist uit het vermogen om te handelen ondanks de wetenschap dat men kan falen, verliezen of sterven.
De spanning tussen grootsheid en kwetsbaarheid vormt de kern van het mensbeeld dat Homerus schetst. Zijn helden zijn niet verheven boven de menselijke conditie; ze zijn er juist een uitvergroting van. Ze dragen de verlangens en angsten die ieder mens kent, maar dan op een schaal die de grenzen van het gewone leven overstijgt. Daardoor worden hun daden symbolisch: ze laten zien hoe ver een mens kan gaan in zijn streven naar betekenis, maar ook hoe diep hij kan vallen wanneer zijn ambities hem verblinden. In die zin is Homerus geen verheerlijker van geweld, maar een verslaggever van de menselijke ziel, die in haar meest extreme vormen zichtbaar wordt op het slagveld.
De menselijkheid in zijn werk komt niet alleen naar voren in de helden, maar ook in de momenten van stilte die hij tussen de grote gebeurtenissen plaatst. Een moeder die haar zoon smeekt niet te gaan vechten, een oude koning die de moordenaar van zijn zoon om diens lichaam smeekt, een vrouw die haar man voor het laatst ziet vertrekken, het zijn allemaal scènes die de epische schaal doorbreken en de lezer terugbrengt naar de intieme werkelijkheid van verlies en liefde. Deze momenten maken duidelijk dat achter elke held een netwerk van relaties schuilgaat, en dat de gevolgen van heldendom vaak door anderen worden gedragen. Het is specifiek in deze scènes dat Homerus' empathie het sterkst voelbaar wordt, want hij ziet de mens niet alleen als strijder, maar als een menselijk wezen dat liefheeft, rouwt en hoop koestert. Deze relatie tussen heldendom en menselijkheid is bij Homerus nooit eenvoudig. Heldendom vraagt om daden die het gewone overstijgen, maar diezelfde daden brengen vaak lijden met zich mee, zowel voor de held zelf, als voor zijn omgeving. De zoektocht naar roem is tegelijk een zoektocht naar betekenis, maar ook een confrontatie met de grenzen van het menselijk bestaan. Homerus laat zien dat ware grootsheid niet ligt in het ontkennen van die grenzen, maar juist in het erkennen ervan. Hun sterfelijkheid vormt de kern van die grootsheid: ze weten hoe kort hun leven is, maar handelen toch met onvervalste vastberadenheid. Hun menselijkheid is zeker geen zwakte, maar juist de bron van hun kracht.
Wanneer we Homerus nu lezen, herkennen we in zijn verhalen de contouren van onze eigen worstelingen. We zien hoe mensen hun leven proberen vorm te geven in een wereld die groter is dan zijzelf, hoe ze zoeken naar een balans tussen ambitie en verantwoordelijkheid, tussen verlangen en plicht. Zijn werk zal ook blijven resoneren omdat het niet alleen gaat over oorlog en helden, maar over de cruciale vraag wat het betekent om mens te zijn in een wereld vol onzekerheid. Homerus biedt geen antwoorden, maar hij toont wel de diepte van die vragen die ons blijven bezighouden.
Zo zal hij altijd aanwezig blijven, niet alleen als een historische figuur die we kunnen reconstrueren, maar ook als een steeds terugkerende stem in onze cultuur. Zijn verhalen blijven voortleven, omdat ze ons uitnodigen om na te denken over onze eigen plaats in de wereld, en over de manier waarop we betekenis geven aan ons bestaan. In die zin is Homerus zelf misschien wel de grootste held van zijn eigen verhalen, namelijk iemand die, zonder gezicht en zonder biografie, het mensdom al talloze generatie heeft weten te raken. Zo blijft deze dichter door de eeuwen heen zijn stem laten horen, soms als een stille herinnering, dat de mens zichzelf pas werkelijk begrijpt, wanneer hij luistert naar de verhalen die hem hebben voortgebracht. En zo blijft zijn stem, hoe oud ook, een didactische echo die ons eraan herinnert dat elke generatie opnieuw moet leren luisteren.
J.J.v.Verre.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten